In 1939 was begonnen met de inpoldering van de Slikken, het kweldergebied ten noorden van Westernieland. Dertienhonderd werkloze mannen zouden er aan de slag kunnen, waarvan zeshonderd doordeweeks in het nieuw te bouwen werkkamp in Westernieland zouden wonen. De rest zou dagelijks in twintig bussen van Groningen naar Westernieland worden vervoerd. Voor opzichters werden op Kaakhorn nieuwe huizen gebouwd. In oktober 1939 moest de nieuwe dijk klaar zijn. Maar hevige stormen en het begin van de Tweede Wereldoorlog zorgden voor vertraging. De nieuwe polder kwam pas in 1947 af.
Op de dijk in Westernieland staan nu twee monumenten. Een voor de inpoldering van de Linthorst Homanpolder. ‘Dei nait wil diek’n mout wiek’n’, staat er. Het tweede monument is ter nagedachtenis aan veertien personen, waaronder dertien van de busramp bij Ranum. In de mistige ochtend van 16 oktober 1940 is een bus vol arbeiders onder de trein gekomen. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden waren duizenden belangstellenden toegestroomd om van de begrafenis een indrukwekkende plechtigheid te maken. Op de Zuiderbegraafplaats in Groningen zijn de graven van twaalf slachtoffers nog steeds terug te vinden. Chauffeur Havers werd in zijn woonplaats Zwolle begraven.